Spring naar het artikel

In Rotterdam worden jaarlijks ruim 5 miljoen straatbakstenen gelegd. Een groot deel daarvan is gemaakt door het Belgische familiebedrijf Vandersanden. Met de milieukostenindicator (MKI) monitoren we de milieuimpact van haar straatbakstenen.

Rotterdam kiest al jaren voor een straatbaksteen van het type Nova: een robuuste, roodbruine steen die past bij het stoere karakter van de stad. Terwijl veel gemeenten hun stenen laten inkopen door aannemers, houdt Rotterdam de inkoop bewust in eigen handen. Zo voorkomt ze onder meer dat er een wildgroei aan kleuren in het straatbeeld ontstaat. En net zo belangrijk: door zelf in te kopen houdt de gemeente zicht op de milieubelasting van de ‘gebakken bestrating’.

Die milieubelasting kan bepaald worden met een zogeheten milieukostenindicator (MKI): een gecombineerde score van alle relevante milieueffecten, van de grondstofwinning en het productieproces tot het verpakkingsmateriaal en het transport naar de bouwplaats. Voor de gemeente Rotterdam is de MKI-score in de afgelopen jaren een standaard onderdeel geworden van het duurzaam inkoopbeleid. Onlangs werd hij voor het eerst ook toegepast in een aanbesteding voor straatbakstenen. Leveranciers werden nog steeds beoordeeld op prijs en kwaliteit, maar kregen bij een hoge (productspecifieke) MKI-score een fictieve toeslag op hun aanbiedingsprijs.

Integrale beoordeling

De aanbesteding werd uiteindelijk gewonnen door Vandersanden. Op tien locaties in Nederland, België en Duitsland produceert dit bedrijf onder meer straatbakstenen en gevelstenen. “Duurzaamheid is een van de pijlers van ons bedrijf”, vertelt Directeur Straatbaksteen Michel Degen. “Daar willen we ons dan ook graag mee onderscheiden bij afnemers, maar dat lukt alleen als zij de gehele levenscyclus beoordelen. In deze aanbesteding heeft de gemeente Rotterdam daar als eerste gemeente voor gekozen: een hele positieve ontwikkeling.”

Bij de productie van bakstenen heeft het bakproces relatief de grootste milieu-impact, weet Degen. “Daarom hebben we besloten om in een nieuwe oven te investeren. Deze is circa 240 meter lang en door toepassing van de nieuwste technieken en isolatiematerialen zeer zuinig. Hoewel we ons energieverbruik daar flink mee verlagen, is deze investering niet snel terug te verdienen. We hebben daarbij het voordeel een familiebedrijf te zijn: we hoeven niet alleen naar de korte termijn te kijken, maar investeren in de toekomst en geloven in onze duurzame visie.”

Beter inzicht

De stenen van Vandersanden worden gemaakt van rivierklei, een hernieuwbare grondstof. De meeste fabrieken van Vandersanden staan in de buurt van winlocaties van deze klei, wat de transportportafstand beperkt. Als het gaat om verduurzaming van transport, liggen er vooral kansen in het vervoer van de fabriek naar de bouwplaats. “De afstand is te lang om helemaal met elektrische vrachtwagens af te leggen, daarom geloven wij vooral in het gebruik van hubs aan de rand van de stad. Daarvandaan kunnen de stenen dan met elektrische voertuigen naar de bouwplaatsen worden gereden. Om de stenen naar de hubs te brengen onderzoeken we ook de mogelijkheden van transport per water, deels met hybride schepen. Schepen hebben een relatief grote capaciteit en ontlasten bovendien het wegverkeer.”

Dashboard voor duurzame bedrijfsvoering

Bij alle keuzes die Vandersanden tegenwoordig maakt, is de MKI een belangrijke graadmeter. “Door de implementatie van de MKI hebben we een veel beter dashboard tot onze beschikking. Soms voegen we bijvoorbeeld bepaalde hulpstoffen toe aan de straatbakstenen, bijvoorbeeld voor een bepaalde kleur of voor meer stabiliteit in het droog- en bakproces. Door de MKI kwamen we erachter dat deze hulpstoffen een verschillende milieu-impact kunnen hebben. Daar kunnen we dus bewustere keuzes in maken.”

 

Voor verdere verduurzaming liggen er nog veel kansen. Samen met de branchevereniging voor keramiek onderzoekt het bedrijf bijvoorbeeld de toepassing van waterstof in het bakproces. En ook reststromen bieden mogelijkheden, zo kunnen oude of kapotte bakstenen soms worden hergebruikt. “Aan de ene kant draagt het gebruik van reststromen bij aan circulariteit. Aan de andere kant heeft klei een lage MKI-waarde; het is vrijwel onbeperkt beschikbaar. En het gebruik van reststromen brengt wel weer extra energieverbruik en transportbewegingen met zich mee, wat juist zorgt voor een hogere MKI-waarde.”

Milieu-impact en circulariteit kunnen soms dus tegengestelde belangen zijn. Degen: “Mede daarom is belangrijk om de MKI als uitgangspunt te nemen en het gesprek te voeren over welke maatregelen het grootste rendement opleveren voor de maatschappij. Dat gesprek voeren we zowel binnen de branche als met de gemeente.”